OMDENKEN

Ik ben in dit voorjaar in de diensten bezig geweest met ‘Lente in de kerk’, het boek van René van Loon. Om mezelf en de kijkers te prikkelen eens buiten de kaders te denken en buiten de hokjes te kleuren: we zijn een vergrijsde, blanke, middenstandskerk. Een in ‘Motivaction’-termen” ‘traditionele burgerij’. Betrouwbaar, degelijk maar soms wat kleurloos en saai. Waar zijn de migranten, de 1 miljoen andersgekleurde christenen die in ons land schijnen te wonen, in onze kapel?

Ook lees ik ‘Een kerk die kan’ van Rudolf Setz en Marten van der Meulen. Ondertitel: ‘Zoek de bloei in je buurt’. Een uitdagend, praktisch en mooi, Bijbels gefundeerde eyeopener.

In hoofdstuk 3, ’Kerk voor elk individu’ getiteld, kom ik ook tegen, wat ik lees in het al in vorige Kerkmails besproken boek ‘Herkerken’ van Remmelt Meijer en Peter Wierenga; met ondertitel ‘De toekomst van geloofsgemeenschappen’. ‘Herkerken is het meest recente boek, in Corona-tijd geschreven.

Wat ik voor onze Protestantse gemeente Duiven productief en inspirerend vind, uit ‘Herkerken’ en ‘Een kerk die kan’, is het heroverwegen van de zondagse vieringen, die volgens het bekende concept en traditionele liturgie zijn opgezet.

In ons verindividualiseerde samenleving is volgens de schrijvers een standaard-vorm voor alle vieringen niet passend meer. De gedachte, ‘one size fits all’, één vorm voor iedereen, is achterhaald. Niet ieder vindt namelijk inspiratie, verdieping of toerusting op dezelfde manier. Per generatie en per type mens verschilt dit.

Is er een alternatief? De schrijvers pleiten voor openheid voor huissamenkomsten, wandel-samenkomsten, samenkomen in de kroeg; voor samenkomen met kleinere groepen dus. Momenteel zouden we in de kapel op zondag zeggen: maar dit is toch ook een ‘kleinere groep’ dan voorheen?

Vóór Corona kwamen 50-60 en op feestdagen 100-150 mensen in de dienst. Sinds juni 2020, dus een jaar (!) komen er eerder 15-25. Je zult al lezend misschien reageren: ja, dat is nu, ‘corona-tijd’, we zijn toch nog niet allemaal gevaccineerd? Er is nog geen groepsimmuniteit? We moeten toch nog voorzichtig zijn? Dit aantal zal vast na 2021 weer toenemen..

Er is echter iets te zeggen voor samenkomen in kleinere groepen: dit omdat het inderdaad veiliger is, maar je ook recht kan doen aan individueel verschillende behoeften qua inspiratie, verdieping en toerusting. Je kunt op zondag bijvoorbeeld twee samenkomsten houden: een korte ochtend-bijeenkomst, in de kloostertraditie ‘metten’ genoemd; en een korte avondsamenkomst ‘vespers’: maximaal 3 kwartier. Beide samenkomsten of vieringen kunnen een verschillende vorm en karakter krijgen. Nu hebben we elke zondag een ochtenddienst om 10.30 en maandelijks een vesper om 18.30.

Er kan een maandelijkse gezinsviering met pannenkoeken-lunch komen om bijvoorbeeld 11.30.

Ieder mens heeft een eigen DNA en ieder mens is een beelddrager van God (Gen. 1, Psalm 139): dit is de theologische basis onder ‘recht doen aan het individu’: God heeft ons ieder nu eenmaal verschillend gemaakt. Zo Bijbels gefundeerd heb je een uitgangspunt voor een individueel geprofileerde vorm van samenkomen. Het is niet zo, dat je in samenkomsten per generatie moet denken: het is verrijkend om óver generaties heen samen te komen en dit waarderen we in onze PG Duiven hoog! Dit merk ik bij jong én oud.

Het individu als uitgangspunt. Dus niet meer samenkomen, omdat God ons roept, God als uit-gangspunt?? Niet meer ‘de eer van God en het grootmaken van God in zang en gebed’ als doel van de dienst? Doen we dan God niet te kort? Kan een meer verindividualiseerde cultuur toch vormen van samenkomen bieden, waarin theologisch nog steeds het hoofdaccent op God ligt? Dat is een uitdagende vraag voor onze gemeente. Want dat is waar het in samenkomen om gaat: allereerst samenkomen met God; vervolgens: met elkaar, waarbij ruimte mag zijn voor ieders behoefte op het gebied van inspiratie, verdieping en praktisch levenstoerusting.

Als dit zó kan samengaan, kan het individu meer ‘mens’ worden. Of waar het in dat meer mens worden om gaat: om ‘méér beelddrager van God’ worden: dan groeit de mens naar Jezus toe. Dan ga je meer op Jezus lijken. Voor groei is snoei nodig: verandering, bijgeschaafd worden door God én door mensen.

Eigenlijk heeft onze gemeente al een behoorlijk veranderproces doorgemaakt, in het afgelopen jaar.  Het ging door Corona ongemerkt .. Het was al geen afgang of onzin meer om maar met 15 samen te komen: we hebben vaak genoeg Jezus’ eigen woorden geciteerd:  ‘waar 2 of 3 in Mijn naam samen zijn, daar ben Ik erbij…’ Corona heeft als een katalysator gewerkt.

Ik hoorde sommigen bij het startfestival in september 2020 zeggen, dat zo’n heel festival voor máár 30-40 mensen toch wel een gróte tijds-en energie inspanning was. Anderen kletsten gezellig bij en genoten er van, hoe fijn het was eíndelijk weer eens elkaar te zien en bij te kunnen praten!

Mensen zijn nu eenmaal verschillend. En dat is goed, veelkleurig en elk mens laat daarmee iets van God zien. Daarnaast hebben sommigen in deze tijd van online streamen hun bijdrage aan visueel, technisch, creatief vormgeven ontwikkeld, anderen juist zich ontwikkeld in aandacht op afstand bieden aan mensen thuis: zo konden nieuwe en bestaande gaven (door) ontwikkeld worden! Dit maakte onze gemeente in de crisistijd, waaruit we kruipen, echt ‘gemeenschap van Christus’!

Minder mensen en een kleinere opkomst is dus geen vies woord meer sinds CORONA. Minder kán ook meer zijn, wordt ervaren. Minder in de kapel, minder samenkomsten, meer kijkers de hele week door. En als je elkaar dan ontmoet: ineens méér echt gesprek, méér ontmoeting en openheid! Minder ontmoetingen (in frequentie) heeft dus niet per saldo ‘minder ontmoeting’ tot gevolg! Geen gesprek na afloop van een dienst bij de koffie is wel heel erg gemist, in al het online vieringen meemaken. En al een jaar is amper avondmaal gevierd, missen we dat ook? Of de koffie meer dan het brood en de wijn…? Zullen we gauw weer eens Avondmaal vieren? En is het geen goed idee om voorlopig elke zondag na de dienst koffie te drinken? Het kan ’s zomers makkelijk buiten.

De verbinding in onze gemeente ontstond dit afgelopen Corona-jaar anders dan ervoor: in één op één contacten, meer dan in groepen: rond telefooncontact, kaartjes sturen, aanbellen en een plantje of adventskaarsen aan de deur brengen of voor de deur neerzetten en een stap achteruit doen en even een praatje te maken; rond het helpen met het voedselbankpakket thuisbrengen of  een mailtje te sturen; door iemands hond uit te laten, medicijnen op te halen of een ander karweitje te doen. Onze manier van verbinden verandert.

Geen Ubuntu (‘ik ben omdat wij zijn’), maar één-op-één-contact. De kerkelijke gemeenschap is meer een variatie opties in één-op-één contacten geworden. Dit ómdenken en deze flexibiliteit zal ons hopelijk helpen om stráks, als meer veilig kan, méér vanuit de waarde en rijkdom van één-op-één-ontmoeting te denken en om contact en gesprek meer te waarderen, juist omdat we het nu zo missen of gemist hebben. Zal het nieuwe normaal dan blijvend normaal blijken?? In onze gemeente is al langer de wens en het plan om een kookeiland in de hal te realiseren en meer rond maaltijden elkaar te ontmoeten. Meer samen te beleven rond het gewone leven delen.

Ervaringsleren en discipelschap  Zoals Jezus zijn leerlingen leerde, wie en hoe God is en werkt dóór samen op te trekken, rond te trekken en dingen mee te maken samen, zo is het dus ook voor ons nu leerzaam om in verschillende verbanden mensen ontmoeten:

niet alleen in diensten, maar ook via schermen, niet alleen thuis, maar ook op een wandeling,

niet alleen als gemeenteleden ziek zijn of misschien naar een verzorgingstehuis moeten verhuizen, maar ook als we gezond zijn (want de kerk is toch geen verlengstuk van ziekenhuis en uitvaartcentrum). Misschien juíst als we gezond zijn; juist als je je leven van alledag leidt, juist als je levenskeuze’s maakt zoals voor je partner, je opleiding of werk of baan, juist als je opnieuw op een levenskruispunt komt bij een scheiding, een ontslag, een burn-out of hertrouwen.

Ik heb in de 7 jaar dat ik predikant ben nog geen huwelijk in de kerk ingezegend…! Wat zegt dat over het betrekken van de kerk bij het leven in plaats van bij ziekte en overlijden? Wél heb ik een paar keer een kind mogen dopen. Het is een mooie stap, een huwelijk in laten zegenen  .. hebben mensen geen behoefte meer aan een zegen op zo’n mooie stap of overgangsmoment? Is de predikant en de kerk er, net als Jezus ervoer, alleen voor de zieken? Ik snap Jezus steeds beter, dat Hij juist Zijn werk begon met water in wijn te veranderen .. als we als gemeenteleden elkaars feesten delen, kunnen we ook de mindere momenten delen.

Voor ons is Corona en de lockdown het kairosmoment. ‘Kairois’ is Grieks voor ‘kansmoment’.

Mij als predikant bereiken soms sombere geluiden (‘de kerk is overleden’) en mooie geluiden (‘kijk eens wat een omzien naar elkaar, zoveel meer vrijwilligersinzet!’); mij wordt gezegd dat we in een crisistijd leven en dus mensen met allerlei overlevingstheorieën daarmee omgaan (‘net als in de oorlog of bij het woeden van de pest of Spaanse griep’), soms zelfs met complottheorieën of ‘reformatorische’ escapes: Nederland wordt door God gestraft, omdat we ons vertrouwen niet op God hebben gesteld maar op wetenschap/geld/consumentisme en nu weer op een vaccin.

Hoe dan ook worden mensen, voor hun geestelijke gezondheid wel eens goed, door elkaar geschud door Corona om zich te bezinnen, wat in het leven telt en waarvoor we nu leven: voor elk uitje, voor de sport, het winnen, de uitdaging of voor de gemeenschap, het omzien naar elkaar, voor God of voor de fun?

De sombere geluiden bereiken me van wie het niet makkelijk heeft in het leven: voor hen viel en valt de lockdown nog zwaarder: geen zomaar makkelijk delen of ontmoeten, geen lichtpuntjes meer.  Mensen ontwikkelden gevoeligheid voor angst, voor het donker. De wachtlijsten naar behandelingen en opnames werden lang. En niet alleen pastoraal kwamen sombere geluiden naar mij toe. Ook vanuit het wereldgebeuren: in voorbede-aanvragen voor verre landen en vluchtelingen.
Vluchtelingen komen nu nog minder Europa binnen, nu onze eigen economieën eerst gered moeten worden na de lockdown. Wat kun je bijdragen als klein individu, als druppel op zo’n grote gloeiende plaat..? Vele gemeenteleden lijden daarom aan onmacht, frustratie. Wat kun je nu nog doen?? Alle acties als ‘We gaan ze halen’ zijn afgeserveerd, door overheden gesaboteerd. Ingezamelde rug- en slaapzakken .. verbrand. Bootjes worden omgekeerd, afgeduwd van de wal. Je zou steeds cynischer van worden over overheden en machten. Opportunisme viert naast faillissement van onze Europese beschaving hoogtij.

En als het om de Nederlandse en de Europese economie gaat: de lockdown heeft vele faillissementen gebracht, banen in gevaar, ZZP-ers in de problemen. ‘Koop lokaal’, was de leus.

Zo blikte ik in dit stuk aan de hand van de genoemde boeken terug op dit jaar van (minder) samenkomen in kleinere groepen en van minder groepsverbondenheid en meer één-op-één ontmoetingen en verbindingen. Op een jaar van grote veranderingen, zo lijkt het.

We hebben sinds 2018, in de afgelopen 3,5 jaar, veel optredens, een musical en viermomenten beleefd in en rond de kapel. Daarom konden we wel een jaar interen en in ‘isolatie’ nu ‘broeden’ op een nieuwe lente: het wórdt lente in de kerk, dáár vertrouw ik op! We waren sinds 3,5 jaar ook op weg naar ‘Kerk2025’ gegaan. Voor zo’n alternatieve, ontmoetingskerk in desnoods kleinere groepen en samenkomsten is nodig, dat je de kerkelijke gemeente of het kerkgenootschap niet ziet als een vereniging: vanuit lidmaatschap waarvoor je contributie betaalt, vanuit vergaderen en besturen.

Kerk2025 als toekomstvisie voor de PKN is een afscheid van de vroegere verenigingskerk en een begroeten en omarmen van ‘een community’ die ontmoet, een netwerk dat verbindt, dat helpt participeren.

De automatische link tussen kerk en lidmaatschap is in de nieuwe Protestantse KerkOrde in 2018 al verdwenen: je kunt ook vriend zijn van een kerk. Je kunt lid zelfs zijn zonder mee te doen, of bij te dragen, in tijd of geld. Er is geen automatisme in plichten over en weer en dit is flink wennen!

Een kerkelijke gemeente bestaat 2021 meer uit een netwerk van flexibele gemeenschapjes, zoals gesprekskringen en trossen; deelnemers aan een activiteit als een vesper, pioniers- of IBO-activiteit. Er is in feite al geen ‘one size fits all’ meer. We vormen gemeenschapjes, community’s en zijn daarin op persoonlijke basis op elkaar betrokken.

We zijn door Corona in een nieuwe tijdsrekening terecht gekomen, in een stroomversnelling ook: we spreken nu van ‘vóór Corona’ en ‘ná Corona’. Corona noemde ik al het ‘kairos’, kansmoment  of ‘de gelegenheid’. Corona als kans brengt ook een toetsmoment mee: bezinning en kritische reflectie: waar zijn we mee bezig, hoe gaan we verder? Vandaar ook ‘inkeer’ (‘meta-noia’) van je mentaliteit, gedrag en keuze’s. Hopelijk inkeer of omkeer tot ‘geloof’: in God, in leerling of volgeling van Jezus willen zijn.

Als leerlingen van Jezus ontmoeten we elkaar dan toch weer ‘via God’. We worden zo toch weer ‘familie’, geen biologische maar alternatieve familie, via onze gezamenlijke hemelse Vader. We worden elkaar gegeven, we hebben elkaar niet uitgezocht. We zijn door God gekozen om elkaar tot broer en zus te zijn. Dat relativeert alle angst voor teveel individualisme in de kerk. Doe je mee aan bezinning, hoe we verder gemeente in Duiven zijn en hoe we als gemeente ons in Duiven laten zien?

Ds. Jolande