Twee vreemdelingen en een kopje levend water

Ze raken met elkaar in gesprek. Een Samaritaanse vrouw en Jezus. Vreemdelingen voor elkaar. De één komt water putten, de ander heeft dorst. Ze raken met elkaar in gesprek. Waarover gaat dit gesprek?

De één graaft diep in de put van de ander. De ander laat dit toe en komt zo bij de bron. Een wonderlijk gesprek met een verrassend plot. Inzet: water!

‘Levend water’, zegt de één. ‘Als je daarvan drinkt krijg je geen dorst meer’. ‘Geef mij van dat water’, zegt de ander…..dit gesprek tekent en kleurt de derde zondag in de Veertigdagentijd, waarin we op weg zijn naar Pasen, op weg naar bevrijding. Tijdens die reis kun je vermoeid raken, dorst krijgen. De hitte kan je teveel worden, want de tocht gaat door woestijnen en onherbergzame gebieden. Hoe welkom is dan een kopje water?

Theo Menting