17 februari staat een tienerdienst gepland: dan zullen de tieners dit keer de hele dienst met ons, dus alle leeftijden samen, meemaken. In deze dienst komt het aller moeilijkst, dat een mens wordt opgedragen door Jezus aan de orde: bid voor wie je slaat of slecht behandelt. Als iemand je slaat, keer hem de andere wang toe; als iemand je besteelt, gun hem zelfs meer!

Hoe kún je je dit laten overkomen, welgevallen?? Als iemand je besteelt, doe je toch aangifte? Je komt toch voor jezelf op? Sommigen van ons hebben zelfs een assertiviteitstraining gehad om beter voor zichzelf op te kunnen komen. Maar Jezus zegt: als iemand je mishandelt, vergeef hem (of haar)! Hoe verhouden zelfbescherming en assertiviteit en de liefde voor je eigen hachje zich tot de liefde voor die ander, de naaste? En is het wel liefde voor je naaste, als je die toelaat jou te mishandelen of bestelen? Wordt die ander beter van z’n gang maar kunnen gaan óf juist beter van begrensd worden en bestraft en de kans op verbetering krijgen?

De moeilijkste opdracht die heel veel gesprek en discussie oproept. Als het Joodse meisje Esther geconfronteerd wordt met het geheime plan van de Amalekiet Haman om heel haar, Joodse, volk uit te roeien, zegt tegen haar echtgenoot, de Perzische koning: ‘als hij ons allemaal verkocht had in slavernij, ik zou niets gezegd hebben. Maar nu hij ons allemaal wil doden, moet ik wel hiermee voor de dag komen en zijn plan u vertellen!’. Dus voor Esther is de grens niet diefstal van eigendom of mishandeling van haar lijf, maar het nemen van haar leven. Moord en doodslag, is dát pas de grens? Wat is (jo)uw grens? Kunt u, kun jij (jo)uw vijanden liefhebben, zoals Jezus? Hoever gaat de opdracht op Jezus te lijken, om Jezus te volgen eigenlijk?

We vieren deze viering ook de Maaltijd van de Heer. Tot ziens op de 17e februari!

Ds. Jolande